
Het is dinsdag en dat is voor de Peul (onze stam) geen goede dag om te reizen. Ook
met andere activiteiten moet je oppassen, geen grote aankopen en extra voorzichtig
zijn in je handelen om erger te voorkomen.
En deze dinsdag lijkt te bewijzen dat die regel niet ongegrond is. Het begint al vroeg
in de ochtend, als Demba de auto buiten gaat zetten omdat we veel zaken moeten
afhandelen, voordat wij morgen naar Senegal kunnen vertrekken. Als hij de houten
deuren openzet en met een steen vastzet, rijdt hij de auto naar buiten. Op dat moment
komt er een stevige windvlaag en Demba rijdt de deur kapot. We bellen de
timmerman (een Peul); hij heeft een handicap (afgezaagde hand), hij belooft hem te
komen maken, maar uiteraard niet vandaag. Hij is bang fouten te maken en wij zijn
een goede klant die hij niet wil verliezen. Wie past er op onze auto? Wij willen graag
vanmiddag vertrekken met een complete auto.
Gezamenlijk gebruiken we de lunch en eten met zijn allen uit dezelfde schaal. De rijst
met een saus van uien is te heet om met je handen te eten, Demba neemt een waaier
om de rijst koelte toe te wuiven, maar de waaier valt in de saus. Niemand eet meer
van de rijst. De waaier kan bacteriën hebben door stof en hitte, dus zou je ziek kunnen
worden van het eten. Beter honger dan ziek of erger. Het is dinsdag. Op de markt
waar we de laatste boodschappen doen struikelt Demba over een in de grond
vastzittend stuk ijzer en kan zich maar net staande houden. Het is dinsdag. Wat ben ik
op dit moment blij geen Peul te zijn. We moeten nog even de laatste zestien vierkante
meter tegels halen en wat blijkt? Ze zijn deels aan een ander verkocht. We hebben
maar zeven meter in plaats van de bestelde zestien meter. In de hele stad blijken ze
niet meer te zijn, al hangen ze als reclame in diverse winkeltjes. Het blijkt dat er een
groothandel is en er in iedere winkel een tegel hangt. Koop je die, dan haalt de
eigenaar van de winkel de nodige tegels uit het magazijn. Iedereen maakt dus gebruik
van hetzelfde magazijn. Op is dus echt op. We moeten nu creatief zijn om de rest op
te vullen. Gelukkig ben ik dat, dus er komt een mooie oplossing. Bij de auto
aangekomen hebben mannen drie van de banden nat geplast, een is nog druk bezig de
vierde te besproeien en heeft daarbij geen haast. Wij wachten geduldig in de enorme
stank van verse urine in de brandende zon. Bij het instappen merkt Demba dat de
remlichten niet werken.
We rijden door de hoofdstad en verbazen ons over de werkende stoplichten en de
bijpassende rotondes die (nog) geen middelpunt hebben waardoor iedereen kris kras
door elkaar rijdt. Levensgevaarlijk, alleen bij een punt dat wij passeren ligt midden op
de kruising een dode ezel. Niemand lijkt dat te ergeren, iedereen rijdt er al dagen
gewoon omheen, wij dus ook.
Even later raken we in de stadsdrukte, alle auto’s lijken samen te komen op één punt
en staan als vijanden tegenover elkaar. Er blijkt een auto voor ons met pech te staan,
er komt een auto van rechts die heftig toetert, de man hangt uit het raam en maant de
pechhebber tot spoed. De pechhebber heft zijn armen hulpeloos ten hemel. De
toeteraar komt hem te hulp, hij zet zijn auto met de voorkant tegen de achterkant van
de pechhebber en duwt hem zo vooruit.
De wachtende auto’s volgen hem en zo lijkt de file op te lossen totdat de pechhebber
rechtdoor moet maar de toeteraar rechtsaf gaat. Ze zwaaien vrolijk naar elkaar als
ieder zijns weegs gaat.
Voor ons en anderen is het wachten op een volgende vrijwilliger die bereid is zijn
auto te beschadigen door de ander in de juiste richting te duwen. Toch is even later
het probleem opgelost. Bij het volgende kruispunt zit, al sinds ik mij kan herinneren,
een oude man met een verstandelijke handicap met een fluitje het verkeer te regelen.
Ik ben benieuwd of de stoplichten zijn taak hebben overgenomen. Al snel krijg ik hem
in het oog, hij strompelt heen en weer tussen de auto’s die stoppen voor rood en rijden
bij groen, de meeste automobilisten kennen hem en werpen hem een muntje toe, zo
scharrelt hij ondanks de stoplichten zijn kostje bij elkaar.
Hij tikt even aan ons raam en
vraagt mij: ‘Heb jij die stomme
stoplichten uit jouw land hier
gebracht? Neem ze dan maar snel
weer mee terug.’
Mopperend loopt hij naar de
volgende auto en vergeet het
muntje aan te pakken dat ik in mijn
handen heb.
Voor de grens stoppen we bij onze stamkroeg om ons moed in te drinken (thee!) voor
de verwachte problemen bij de grens, maar helaas het cafetaria is dicht, op dinsdag!
Eenmaal de grens over luisteren we naar de krakende boodschap op de radio van
Abdoulaye Wade, de huidige president, die de oorzaak is van alle onrust en rellen in
Dakar en daarbuiten. Hij wil deze nieuwe verkiezingsronde opnieuw winnen. Hij zegt
dan ook: ‘Als ik deze ronde niet win zal de zee vanaf Fass Boye zich tot Dakar
terugtrekken!’
Wat hij vertelt kun je ook als
volgt uitleggen: Op het strand
van Fass Boye staat ons huisje en
dat is een zodanig belangrijk
plekje dat de president het naar
zijn residentie toe wil halen, als
troost voor de eventueel verloren
verkiezingsronde. We moeten
maar eens gauw met hem gaan
praten. Maar… niet op dinsdag.
De reis verloopt voorspoedig, het is leuk een collega/vriendin in de psychiatrie voor dove kinderen met een verstandelijke handicap op Schiphol te ontmoeten. We babbelen de hele vlucht tot Marokko. Daar scheiden onze wegen.
Uren later met vertraging landen we in Dakar. Vermoeid met veel te veel bagage en nieuwsgierig of Demba buiten staat, strompel ik naar de uitgang.
De muezzin roept al op voor het ochtendgebed, als wij in bed rollen voor een paar uurtjes slaap.
De volgende morgen worden we gewekt door kleine kinderen die fris en monter komen kijken wie er in de kamer is. Oumar, het jochie met zijn beentje in het gips, schuift over de grond achter zijn kleine zusje - een kleine Woodi - en haar twee broertjes aan naar binnen.
Oumar met zijn zusje en de kleine Woodi
Pas nadat de beloofde ballonnen zijn uitgedeeld krijg ik de kans een handdoek om te slaan en me rillend te wassen met een halve emmer ijskoud water.
Na een snel ontbijt van droog brood en hete thee, vertrekken we naar Sokone. Daar praten we met Codou over haar operatie in België. Ingrid de vrouw die een diagnose en hulp voor haar heeft georganiseerd in België, geeft uitleg over de gang van zaken tot nu toe. De ambassade in Dakar had het verzoek goedgekeurd en de gegevens doorgestuurd naar Brussel. Daar kwam al snel een reactie: Openlijk werd er geschreven dat ze de zaak niet vertrouwen. Codou is jong, heeft geen partner of kinderen, dus geen reden om zeker terug te keren naar Senegal. Ook heeft ze als kleine zelfstandige geen vaste baan en de uitnodiging van de dokter was niet getekend. Met onze adviezen, foto’s van Codou van vóór de operatie aan haar klompvoet en een brief van de burgemeester die bevestigt dat Codou een informaticaschool runt in Sokone en niets liever wil dan gezond terugkeren naar Senegal, wordt het verzoek opnieuw ingediend. En met als laatste een financiële garantie van Ingrid, met een eventuele aanvulling van Silent Work. Hopelijk geeft dat alles het gewenste resultaat.
Van Sokone naar Toubacouta, waar de dove tailleur en zijn leerlingen hard gewerkt hebben aan de bestelling van Demba. Vakwerk en creativiteit heeft hij geleverd. Echt een kei in zijn vak, dat maakt het chagrijnige gevoel over het geweigerde visum weer goed. We maken de rekening op en Ousmane die de informatica-opleiding en de cyber runt verzorgt de informatie. Het terrein en gebouw zien er keurig uit. Hopelijk lukt het ons financiën te vinden om de meest arme leerlingen van de middelbare school een cursus informatica te laten volgen bij Time. De verkoop van de galerie begint voorzichtig te lopen.
Tevreden rijden we de volgende dag door naar Diofdior, een klas voor dove kinderen geleid door Kalang, een wat oudere en zeer gedreven man. Hij wacht met smart op de gebaren dvd, het gebarenboek en ons lesplan ‘leren lezen en schrijven voor dove kinderen’. We beloven hem het dit jaar klaar te hebben en een training te geven samen met de school in Fass en die in Mauritanië.
Op de terugweg naar Dakar bezoeken we een goede vriend waar de rijst klaar staat. We praten wat en vertrekken om de laatste 40 kilometer naar Dakar af te leggen. Als we bij de auto komen, hebben kinderen bloemen en poppetjes in de lak gekrast. Het is alsof ik niet ruim acht maanden ben weggeweest.
Na een nacht goed slapen vertrekken we naar Fass Boye, ons huisje aan zee, om te kijken naar de vorderingen van het familiehuis, de school en alle andere zaken.
We arriveren hortend en stotend over het zand bij ons huisje, waarvan het oude rieten dak verwijderd is en het nieuwe nog niet geheel gemonteerd is. Trots laat de man de kadavers zien van de ratten, wilde katten en de bijennesten, die geen bijennesten zijn maar nesten van een gevaarlijk soort steekbeesten. Deze beestenstal woonde met zijn allen niet onder maar in ons dak!
Het werd tijd voor vernieuwing, dat is duidelijk. Maar de nieuwe lading riet is door de douane tegengehouden, we moeten volgens hem zelfs binnen de regio een exorbitant hoog bedrag aan invoerrechten betalen. En dat doen wij natuurlijk niet. Dus ligt de berg riet nog op een erf ergens onderweg sinds oktober. Wanneer het in Fass komt? Geen idee, waarschijnlijk als de baas vervangen wordt door een andere, en dat kan even duren.
Als wij de auto weer hebben volgeladen om onze reis te vervolgen, is hij niet vooruit te branden. Hij blijft hardnekkig in de neutrale stand. Het geluid klinkt goed, maar vooruit komen of zelfs achteruit, geen sprake van. Er wordt een techniker bijgehaald die ook wel iets van auto’s weet. Demba legt uit dat het waarschijnlijk om de schijf gaat die door het zware werk is verbrand. De jongen beaamt dat dat heel goed mogelijk is en kijkt opgelucht dat Demba de diagnose heeft gesteld. Abdou gaat diezelfde avond nog naar Dakar met de kapotte schijf die onder de auto uitgepeuterd is om hem te vervangen voor een nieuwe. Maar… er is een staking en om drie uur in de nacht is er eindelijk een auto bereid om naar Dakar te rijden.
De volgende dag komt hij terug met een gerepareerde en een nieuwe schijf van € 300, - en de kosten van een taxi voor de 145 km. tegen een stakingsprijs, nu het openbaar vervoer is uitgevallen.
Volgende keer nemen we de paardenkar, deze gaat helemaal tot Mali
We zuchten diep… Het enige voordeel is dat wij nu verplicht zijn tot twee dagen rust. Dat dacht ik. Maar de mensen weten snel dat wij er zijn en de rij patiënten is de volgende dag zo lang als de dag duurt. Van mannen met staar, vrouwen met vrouwenkwalen, een verbrand gezicht, kiespijn en een ondervoede tweeling tot hoofdpijn, buikpijn, en een praatje.
De tweeling van ruim 9 maanden. De moeder heeft geen melk genoeg.
In de vroege ochtend worden we opgeschrikt door het geluid van de imam die aankondigt dat Al Hassan, het dorpshoofd, is overleden. We nemen snel een bad met een emmer koud water en Demba gaat richting het huis van de overleden man.
Enkele uren later volgt de begrafenis. Demba leidt de dienst. De mensen stromen toe, beladen met zakken rijst, olie, suiker, thee, wortelen en uien voor de komende dagen, want iedereen blijft eten en slapen. Ons huis is leeg, alles wat mat is, matras is of deken, is vertrokken naar het huis van de dorpsoudste. Ooit zal het terugkomen, maar wanneer…
Nooit zal ik vergeten dat deze toen al oude man, met zijn voeten een stuk grond afmat dat mijn bruidsschat zou zijn en voorging in gebed toen de koop gesloten was. Die dag werd zijn kleindochter geboren die hij naar mijn Afrikaanse naam ‘Woodi’ noemde. Wat lijkt dat lang geleden en wat is het toch maar kort.
De auto verzet nog steeds geen wiel.
In mijn koffer zat een exemplaar van mijn nieuwe
boek, Een sluier van zand, niet omdat ze het hier
kunnen lezen of er iets over kunnen zeggen, maar
omdat ik het zelf wil lezen. Misschien vreemd, ik heb
er tenslotte een paar jaar over gedaan om het te
schrijven en ken ieder woord, iedere letter, maar toch
vind ik het spannend om het nu als boek te lezen.
Ik sleep het dus mee, op de slaapmat, op de mat
buiten en in de auto. Tot mijn oprechte verbazing is
men er hier enorm trots op, ook al kunnen ze geen
letter ervan lezen.
De waardering voor mij, voor het
boek (ongelezen), is hoe gek dat ook klinkt groter dan
voor het bouwen van een watertoren. Iedere letter heb
ik immers zelf geschreven en de projecten worden
uiteindelijk door anderen gebouwd en beheerd en daar
hebben ze natuurlijk gelijk in. Maar op die manier
heb ik er nooit naar gekeken.
Een van de wijze
mannen vertelde mij: ‘Door jouw boek geef jij ons identiteit, niet op een kaart of
een briefje maar werkelijk. Door jouw boek bestaan wij, met onze religie, onze
cultuur en onze trots en onze hebbelijkheden. Ook de arme mensen die hier
nauwelijks een naam hebben en de voorhuwelijkse kinderen, vader onbekend,
geen naam, zij mogen er zijn, ze hebben recht van bestaan, ze staan geschreven in
je boek.’ Ik was ontroerd over zoveel vertrouwen in mijn kennis van de stam. Met
een blij gevoel lees ik het boek nu met zijn ogen. Ik heb er alle tijd voor, want we
zitten vijf volle dagen vast.
En nu maar wachten op betere tijden!
Onze auto verzet geen wiel, wat ze ook
proberen. De automonteurs, drie in getal,
reizen heen en weer naar het centrum van
Dakar voor steeds andere onderdelen, totdat
er besloten is de complete versnellingsbak
mee te nemen en ter plekke te vragen wat er
vernieuwd moet worden.
De monteurs vragen
gevarengeld vanwege de rellen in Dakar.
Oorzaak: een president mag maar twee keer
vier jaar aanblijven, waarvoor de huidige
president Abdoulaye Wadd (bijna 90 jaar),
een wetswijziging heeft gemaakt.
Maar nu
wil hij voor de derde keer regeren en dus
verkiesbaar zijn. Je zou denken: dan stemmen
ze toch niet op hem, probleem opgelost, maar
de mensen zijn bang dat hij de stemmen gaat
kopen... en onze zanger Youssou Ndour die
zelf president wil worden, steunt de mensen
daarin, tja politiek...
Een van de monteurs blijft de wacht houden bij de onderdelen die her en der
verspreid over de grond liggen. Gaat dit goed komen? Ja, het komt goed, nou ja…
met veel moed en beleid.
Na 19 uur rijden arriveren we in Mauritanië.
De volgende morgen worden we wakker onder een laag zand, door alle kieren,
ook de voor het oog onzichtbare, stuift het zand naar binnen, we waren zo moe dat
we het niet gemerkt hebben. Buiten hangt er een enorme zandmist. Toch
vertrekken we naar Guidimakha (richting Mali).
We nemen alleen een groot laken mee om onder te slapen, uit ervaring weten we
dat het er nog een graadje heter is dan bij ons…
Bij elke politiepost geven we een
kopie van mijn paspoort, de controle hier is intensief gezien de problemen met Al
Quaida.
De weg is grotendeels rang rang, daarmee wordt bedoeld: een verharde
zandweg met vaak slippen in mul zand en veel kuilen en hobbels. Het is bij ons
vandaan ruim 300 km. en we doen er ruim zeven uur over.
Wind, zand en stof, uren…..
De school is gebouwd in het gebied Guidimakha, in het plaatsje Agoinitt. Door
erfelijkheid en herhaalde epidemieën van meningitis zijn er in deze omgeving
enorm veel dove volwassenen en kinderen.
De afstand naar de hoofdstad is ruim
850 km.
Tegen de avond komen we aan bij de school voor dove kinderen. We slapen
buiten onder ons laken, het is er absurd koud, rond de 15 graden en een koude
wind. We kruipen dicht bij elkaar en overleven zo de nacht.
De school ziet er goed uit. De schooltafels en stoelen zijn gemaakt door de
leerlingen in opleiding tot houtbewerker van Maison des Sourds in Nouakchott.
Er
zijn 18 dove leerlingen en 10 heel jonge horende kinderen die tegelijkertijd les
krijgen.
Zo is de school rendabel en betaalt de overheid een leerkracht. Binnenkort komen
de dove kinderen uit de omgeving ook naar school Er is een oude 4wheeldrive
beschikbaar om deze kinderen op te halen en thuis te brengen. Na registratie
betaalt de overheid de verzekering en de diesel. Een geweldig resultaat, dankzij
ons succes met Maison des Sourds.
Nu ook de overheid ziet dat dove kinderen
alles kunnen, behalve horen, willen ze meewerken.
De kinderen zijn enthousiast, en de leerkracht niet minder. Het ontbreekt hem
alleen aan ervaring, hij is dan ook enorm blij met onze toezegging een ervaren
leerkracht te sturen voor drie maanden.
Ook ons materiaal: de 500 gebaren dvd in
Soninke en het gebarenboek evenals de trainingen in: Totale Communicatie en
Visualisatie, en Free Hands, leren lezen en schrijven aan Afrikaanse dove
kinderen, hopen we volgend jaar te kunnen realiseren.
Water bij de school, enorm belangrijk als de
temperatuur kan oplopen tot boven de 50
graden.
In de hal vindt u iedere zondag het kistje voor ons project 'Silent Work'.
Silent Work steunt in Afrika kleine locale initiatieven op het gebied
van veiligheid, schoon drinkwater, voedsel (landbouw, veeteelt en
visserij), medische hulp, scholing en onderdak.
Klik hier voor het fotoalbum met enkele foto's van de presentatie.
In een dorp in Mauritanië is enkele jaren geleden een ex-slavengemeenschap komen wonen. Zij wonen aan de zijkant van het dorp en krijgen drinkwater uit het dorp. Ze zorgen voor eigen onderhoud (minimaal) door het houden van schapen en een stukje landbouwgrond dat met name de vrouwen bewerken. Het is een hechte gemeenschap.
Enkele jaren geleden bij een bezoek aan dit dorp bracht een huilende moeder mij dit kindje, sterk ondervoed, hoge koorts. Iedereen kent die beelden wel van de TV. Maar het in je handen geduwd krijgen door een huilende vrouw in vodden grijpt je aan.
Wij namen kindje en moeder mee naar het ziekenhuis. De dokter daar zag geen genezingsmogelijkheid, hij kon er geen tijd en geld in steken.
Wij gingen naar de apotheek om de nodige medicijnen te kopen en hielpen zelf het kindje de eerste dagen in het ziekenhuis te overleven.
De moeder en het kind namen we mee naar huis totdat het sterk genoeg was om terug te gaan naar de familie. Nu vier jaar later dit joch, gezond en pienter . Arm maar toch zo rijk.

Maison des Sourds draait een jaar en de jongens (60 dove jongeren) zijn er enorm blij mee. Het huis staat klemgebouwd tussen twee krotten in een drukke straat in het centrum van de hoofdstad Nouakchott in Mauritanië.
De bedoeling is dat de ingerichte ruimten gebruikt kunnen worden om te werken. Er is een ingerichte timmerwerkplaats, een naai-atelier, een kunst-atelier, een leslokaal voor alfabetisering en gebarentaal, een steenbakkerij en dit jaar zou daar een informaticacentrum en een bakkerij bijkomen.
Ieder die van de ruimte gebruik wil maken, kan tegen een klein percentage van de omzet gebruik maken van de ruimtes en de machines; zo wordt elektra en het water en het onderhoud van het pand en de machines betaald.
Mevrouw Djeketi regelt de administratie, een sociale dame die ook met langskomende doven naar de dokter gaat om te helpen bij de vertaling, die conflicten oplost en bemiddelt met de horende wereld. In een land als Mauritanië staan de doven nog in een achterafsteegje.
Ook vergeleken bij omliggende Afrikaanse landen. Maison des Sourds is vooral een plek om samen te komen, wat soms letterlijk voor hen een samen leven ging betekenen.
Er liggen overal matjes waarop men de nacht doorbrengt, ruzie maakt, lawaai voor de omgeving veroorzaakt en waar verschillende mensen zich opwerpen als ‘baas’, wat niet altijd in dank wordt aanvaard. Dus overlast en hier en daar het doel voorbijstrevend.
Een andere moeilijkheid is dat er te weinig opgeleide doven zijn die productief gebruik kunnen maken van de ruimtes.
Er zijn genoeg timmermannen, kleermakers, artiesten, bakkers etc., maar er zijn maar weinig echte vakmensen en die hebben we nodig om doven een betere toekomst te geven.
Wij hebben hierover gesproken met de dovenorganisaties, de overheid en natuurlijk de dove jongeren zelf. Na veel overleg, ideeën en wensen is er besloten om van Maison des Sourds een opleidingscentrum te maken. Het pand en een groot deel van de inrichting zijn er al. Dat bespaart enorme kosten.
Jammer wel voor de doven die werkloos zijn, en dat zijn de meesten, die missen dan hun ontmoetingsplek.
Om hierin te voorzien worden er avond- en weekendprogramma’s georganiseerd.
Het plan is om van zondag tot donderdag les te geven in: gebarentaal, Arabisch, Frans, Engels, informatica, couture, broodbakken en houtbewerken.
Daarnaast zullen er in de weekenden voorlichtings- en informatieavonden worden georganiseerd.
Ook zullen er gebarencursussen komen voor ouders en andere belangstellenden.
Filmavonden met uitleg, voetbaltrainingen en wedstrijden, themaprogramma’s, maar vooral wekelijkse vaste tijden voor ontmoeting zonder ‘moeten’.
Samen de ataaye (mierzoete Afrikaanse thee) bereiden en drinken, vergelijkbaar met samen een cola of een biertje drinken. Ook komen er mogelijkheden om samen de feesten te vieren.
Dit gaat, zeker de eerste vijf jaar, veel geld kosten; er kan alleen in kleine groepen gewerkt worden, niet alleen voor de veiligheid, maar ook om zoveel mogelijk individueel onderwijs te geven.
De jongvolwassenen die nooit onderwijs genoten hebben willen samen met de jongeren die van de doven-basisschool komen op een hoger niveau het beroep leren, waardoor zij na drie jaar opleiding voor zichzelf kunnen beginnen of een goede baan kunnen vinden.
Dit kan een voorbeeld zijn om de mensen en de overheid te laten zien dat dove mensen alles kunnen behalve horen. Dat is belangrijk om de dove jongeren van Mauritanië op de kaart te kunnen zetten.
Wij hebben de ervaring met andere projecten dat de resultaten belangrijk zijn voor latere financiering door de overheid. Wij hopen dit met maximaal vijf jaar te kunnen aantonen.
Woodi Oosterom uit Mauritanië.
De Arabische wereld staat op zijn kop en dat is hier goed te merken. Ik ben maar twee maanden hier niet geweest (Mauritanië) en ik zie de verschillen. De opleiding tot militair voor jongetjes van 6 tot 12 jaar had een grootte van ongeveer 150 kinderen uit het hele land. Ze zijn het in de bouw nu aan het verviervoudigen en stampen een snelle vervolgopleiding uit de grond. Brrr het zal je zoontje maar zijn.
Maar de ouders krijgen een kleine bijdrage, hun zoon gratis een goede opleiding, en de families knijpen hun ogen stijf dicht, als ze denken aan de problemen in de landen om hen heen. En hopen maar dat hun zonen niet worden ingezet om de situatie te bevechten, ten goede of ten kwade.
Er is onder de arabs bijna niemand meer die een vrouw een hand geeft. Ik steek hem dus ook niet meer uit.
Verder is men onrustig: in de straten, bij de overheid, bij de douane, de dokter en de kapper, iedereen praat over de problemen. Felle hete discussies. Dikwijls wordt mijn mening gevraagd: Ben je voor Europa of voor Libië??? En soms… en dat is bijzonder, wordt mij gevraagd hoe ik het zou oplossen.
Na het bezoek aan de moskee mag er niet nagepraat worden. Toen ik uit het vliegtuig in Nouakchott stapte, dacht ik even dat ik op een militaire basis was uitgestapt. Ook bij de douane (vanmorgen) alles gewapend en het enge is dat iedereen zomaar enorm kwaad lijkt te worden. Een uiterst gespannen situatie.
Twee en een halve week geleden was er een aanslag op de president. Drie landrovers met explosieven opgeblazen. Minstens drie auto’s van Al Qaida zijn tot nu toe niet gevonden. Zes mensen gepakt, maar dat weet je hier nooit.
Als er iets gebeurt, zijn de daders of dezelfde dag of toch zeker een dag later gepakt. Men neemt het niet zo nauw of het werkelijk de daders zijn.
Maar de president leeft nog, alleen een paar van zijn bewakers niet. In Nederland hoor je er nauwelijks iets van. Maar dat wisten we al. Er zijn veel demonstraties hier op straat in Nouakchott. Alles zogenaamd om het democratischer te maken. Maar het tegendeel zie je om je heen.
Die Libiër Khadaffi heeft de straten in Nouakchott laten asfalteren, van verlichting voorzien en 50 auto's cadeau gedaan aan de regering. Nu moet Abdelazzis (onze president) wel heel dankbaar zijn en stilletjes in een hoekje voor de grote man gaan bidden. Zo was/is het dus.
Maar het is niet alleen narigheid.
De regering neemt in andere opzichten ook weer zijn verantwoordelijkheid. De prijs van rijst en olie is schrikbarend hoog en mensen worden bedreigd met honger. De president wil de prijs van rijst en olie verlagen. Dat geeft grote weerstand bij de middenstanders en dat zijn over het algemeen zijn partijgenoten.
Op veel plekken in het land heeft hij kleine winkels geopend met goedkope rijst en olie. Beperkte voorraad met een maximum per familie. Iedereen tevreden, zo lijkt het.
Er is een groepje Japanners gearriveerd, zij willen een projectje realiseren een stukje verder het land in. Maar de regering vindt het om veiligheidsredenen niet goed dat ze daarheen vertrekken. Zij kunnen onverrichterzake weer terug naar Japan.
Demba en ik moeten na Guidimakha, dat is ruim 900 km. richting Mali. Wij hebben wel toestemming van de regering en kunnen zelfs bewaking meekrijgen.
De laatste driehonderd kilometer is wat men hier noemt een rang rang weg. Een en al stof, hitte, kuilen en hobbels. Weinig of geen auto’s op of naast de weg. Misschien acht op de laatste 200 kilometer. De auto’s in de kant, vastgelopen, meegerekend.
In Agoinitt regio Guidimakha komt de tweede dovenschool van Mauritanië. We beginnen met de bouw van twee klassen. Twee leerkrachten hebben een korte opleiding gehad en krijgen een maand lang een ervaren leerkracht in het dovenonderwijs uit Senegal om de eerste start te maken. Daarna wordt hij het eerste jaar nog twee keer een maand ingezet. Het gebied is enorm heet en droog. Daarom wordt de school voorzien van schoon drinkwater en als we op tijd financiering kunnen vinden voor de aanleg van solar hopen we ook via internet advies te kunnen geven bij problemen van welke aard dan ook. Ook voor het gebruik van lesmateriaal is de computer ideaal. Denk aan gebarentraining voor kinderen, leerkrachten en ouders. Met daarnaast allerlei voorlichtingsmateriaal per DVD.
We hebben alles in drie dagen kunnen regelen. Daarnaast hebben we kennisgemaakt met de burgemeester van de regio, de inspecteur van onderwijs en de hakim, hoofd van de provincie.
Gunstige contacten, mannen die ons goede heldere vragen stellen en duidelijk zien dat onderwijs voor dove kinderen in deze uithoek een bijzondere mogelijkheid is. Hun vertrouwen dat dove kinderen inderdaad kunnen leren lezen en schrijven, en later een degelijk beroep kunnen uitoefenen, moet nog blijken maar zij willen hun medewerking wel verlenen en dat is al prettig.
In dit gebied wonen veel mensen met dove kinderen. We hebben kleine dorpjes bezocht waarvan zeker 60% doof is. De kinderen uit deze dorpjes kunnen over zes à zeven maanden naar school.
Een vader vertelde ons over zijn drie vrouwen, van wie er twee doof zijn en dat ze samen zeven kinderen hebben waarvan er zes doof zijn. Hij heeft een derde horende vrouw getrouwd in de hoop op horende kinderen, maar ook deze twee kinderen zijn doof.
Zijn broer is naar Mali vertrokken om daar te werken en een vrouw te zoeken, omdat hij daar meer kans zag op horende kinderen; immers in het gebied waar ze zijn opgegroeid zijn zoveel dove kinderen.
De broer trouwde een horende Malinese vrouw (niet mooi maar wel een goede vrouw vertrouwde hij ons toe) maar na twee horende kinderen heeft deze broer toch ook weer drie dove kinderen gekregen. Dus ook vertrekken naar het buitenland helpt niet, zo verzucht de vader.
Een dovenschool is dan de oplossing, denkt hij. Onderwijs is de toekomst voor een beter leven, dat zal dan ook wel gelden voor dove kinderen? Wij bevestigen dat en prijzen zijn enthousiasme om ook andere ouders hiervan bewust te maken.
Met een hoofd vol informatie aanvaarden we in de hitte (boven de 50 graden) de terugtocht. Om de 10 kilometer is er een politiepost. Wij hebben een stapel kopieën van mijn paspoort gemaakt met daarop het kenteken van de auto en het telefoonnummer en de naam van Demba. Zo is er minder oponthoud. Een van de posten wil ook het nummer van mijn visum weten. Hij heeft geen pen en ik heb de laatste al aan een vorige collega gegeven. Geen probleem, misschien wil ik het even voor hem in het zand schrijven? Dan wacht hij wel op een volgende auto waarvan de chauffeur misschien wel een bic heeft. Opgelost.
Bij een smal riviertje - nog een achterblijfsel van de regentijd - is een volgende post. De militairen van de post zijn aan het bidden, dus we moeten wachten.
Ik kijk naar het water en zie twee jongetjes van een jaar of tien laveren op een laana, een uitgeholde boomstam, volgeladen met enorme meloenen. In de bocht maakt het bootje een vreemde slinger en een aantal meloenen rolt in het water.
De jongens staan beduusd te kijken hoe hun vrachtje snel minder wordt. Een van de jongens springt dan in het water en duikt de meloenen weer op; even later wisselt hij van taak en doet de andere jongen pogingen om de meloenen op te duiken, maar het bootje blijft topzwaar.
Als er een paar opgedoken meloenen weer in de boot gegooid worden, rollen enkele andere er weer af. Een vredig tafereeltje dat ver weg lijkt van de oorlogen en ver weg van Al Qaida opzoek naar blanke slachtoffers hier in Mauritanië. Een van de jongens krijgt mij in de gaten en roept: meloentje kopen mevrouw?
Demba onderhandelt over de prijs. De andere jongen vindt Demba’s bod te laag, maar de onderhandelaar beslist: beter tien meloenen verkocht voor een te klein bedrag dan tien meloenen op de bodem van de rivier.
Ze worden het eens. Wij stapelen de meloenen op onze bagage in de bak van de auto. Bij de enorme kuilen springen de meloenen een voor een de auto uit en bij aankomst zijn er nog precies twee over, genoeg voor een stukje voor alle kinderen van de familie.
Wat een fijne warme ontmoeting! Veel dank daarvoor.
Zoals we al besproken hebben ben ik bereid nogmaals te komen om de jongeren mijn verhaal te doen.
Uiteraard zal ik verslag uitbrengen van wat er met het geld gebeurt aan het einde van de actie.
Wilt u ook Ds.Vogelzang mijn warme groeten overbrengen en haar vertellen dat ik onder de indruk was van haar dienst. Een warm en fijne preek die past bij onze doelstelling. Haar betrokkenheid was oprecht. Nogmaals hartelijk dank daarvoor.
Hierbij wat info over Wilde ganzen, misschien kunt u het een plaatsje geven. Samen met de ballonnen voor de kinderen die zo dapper hun bijdrage hebben gegeven. Altijd fijn te zien dat kinderen zo betrokken zijn bij hen die het minder hebben dan zijzelf.
Lieve groeten
Woodi wiljo oosterom
PS Hebben jullie interesse voor de reisverslagen van Wiljo, neem dan even contact met Gerrit en Hanny Lammers
Zondag 26 september komt Wiljo Oostrom samen met Lies Gezang
iets vertellen over het project “Silent Work”. Dit is heel bijzonder omdat
Wiljo niet zo vaak in Nederland is. Hoe geweldig zou het zijn, als er veel
gemeente leden zijn. De dienst gaat over arm en rijk, dus het project sluit
mooi aan bij deze dienst waarin Ds. Anja Vogelzang voorgaat.
Groet Hanny en Gerrit Lammers.
In de hal vindt u het kistje voor ons project 'Silent Work'.
Silent Work steunt in Afrika kleine locale initiatieven op het gebied van veiligheid, schoon drinkwater, voedsel (landbouw, veeteelt en visserij), medische hulp, scholing en onderdak.
Meer informatie is te vinden op hun website: www.silentwork.org/nl.
Wiljo is samen met haar man Cor Oosterom bijna 25 jaar verbonden geweest aan het Sociaal-agogisch Centrum Het Burgerweeshuis in Amsterdam als gezinshuisouders. Zij hebben samen 18 kinderen grootgebracht, van wie enkelen doof en verstandelijk gehandicapt zijn.
Wiljo heeft een communicatiemethode ontwikkeld (onder meer door middel van visualisatie, gecombineerd met eenvoudige gebarentaal en beeldverhalen) waardoor de belevingswereld van de kinderen uitgebreid werd en hun mogelijkheden groeiden om relaties met elkaar en de buitenwereld aan te gaan.
Zij ontwikkelden dit gezinshuis verder tot een Boerderijproject met een werk-/leerprogramma, waar tot op de dag van vandaag een groep dove en/of communicatief en verstandelijk gehandicapten een werkplek vindt in de bakkerij, kaasmakerij, spinnerij en weverij, tuinbouw, dierenverzorging en timmerwerkplaats.
Inmiddels is zij al vele jaren werkzaam als communicatiespecialist bij Effatha; haar opdracht is om in gezinnen en in instellingen voor verstandelijk gehandicapten de communicatie van en met de bewoners te verbeteren.
Na de dood van haar man (1990) heeft Wiljo haar eerste intensieve contact met Afrika (dat dateerde uit 1980) hernieuwd en dit heeft geleid tot een diepe verbondenheid met het West-Afrikaanse deel van het continent. Inmiddels hebben haar banden met vele mensen in Senegal, Mauritanië en Rwanda geleid tot duurzame projecten op allerlei gebied, waarbij altijd ‘de vergeten kinderen’ centraal staan.
Ongehoord
Gedrag bij voorbeeld
Sterren van Rwanda
Kleur bekennen
Niet is wat het lijkt
Wiljo heeft al enkele boeken op haar naam staan. Een sluier van zand; een tweede roman die dieper ingaat op de cultuur (en de verschillen) waarin polygamie als een rode draad door heen loopt, verschijnt voorjaar 2010.
Zie ook Boeken voor meer informatie.

9-5-2010
Maison des Sourds is een ontmoetings, leer- en werkplek voor doven in Nouakchott. Een ideale plek dus om gebarentrainingen te geven.
Wij (Silent Work) hebben beslag kunnen leggen op de tijd van François Manga uit Senegal. Hij heeft jaren ervaring in het onderwijs aan dove kinderen en in het geven van gebarentrainingen. Hij is bereid de hitte, het stof en het zand te trotseren om naar Mauritanië te komen.
Verschillende beroepsgroepen nemen deel aan de training, waaronder leerkrachten, bestuursleden van dovenorganisaties, een arts, werknemers in de dovenwereld, en enkele medewerkers van Silent Work. Totaal 18 personen. Zij komen uit verschillende delen van Mauritanië en uit Senegal.
Acht studenten willen starten of zijn kort geleden gestart met hulp van Silent Work met een klas voor dove kinderen in hun regio. Mauritanië is 30 keer zo groot als Nederland en er wonen maar 3.500.000 mensen. Er zijn weinig wegen en het bestaat grotendeels uit zand. Dus de afstanden zijn enorm, de wegen slecht en moeilijk begaanbaar. De zandduinen verplaatsen zich tijdens de zandstormen. Daardoor is er weinig contact tussen de regio’s onderling. Zo’n ontmoeting vanuit verschillende uithoeken van Mauritanië en verschillende rassen samen voor eenzelfde doel is op zich al heel bijzonder.
De training duurt tien volle dagen met een vrije vrijdag ertussen om iedereen tijd en gelegenheid te geven de moskee te bezoeken.
De dagelijkse gebeden doen zij samen met de dove mensen van Maison des Sourds voor het centrum. In een door ons gebouwd open moskeetje.
De studenten worden getest op niveau van gebarenkennis en daarna in groepjes ingedeeld, zodat er op niveau gewerkt kan worden. Er is een wensenlijst van gebaren gemaakt door de studenten.
Waaraan iedere dag een uurtje wordt besteed. Verder worden de volgende thema’s behandeld: Eten en drinken, aangepast aan de cultuur van de studenten. Familie, gezondheid, onderwijs en religie.
De dovenschool wordt bezocht en er wordt door de studenten een proefles gegeven op deze school. Het is mooi om te zien dat de dove kinderen de stamgenoten direct herkennen en hun verbazing tonen over de gebarenkennis. Er wordt een wedstrijdje gehouden wie van de studenten de beste en mooiste gebaren maken. De kinderen kiezen onverdeeld voor hun eigen stamgenoten tot grote hilariteit van de studenten.
Aan het einde van de tien dagen is een examen afgenomen waaraan een verslagje is verbonden.
In de zomer van 2010 zal er een vervolgtraining gegeven worden van een maand in twee verschillende dovenklassen. Een in Senegal en een in Mauritanië. Hier zal de nadruk liggen op het geven van onderwijs in gebarentaal voor dove kinderen.